![]() |
Tekst: Ferry
Muziek: Michel de Cock
Zij was moeders lief'ling en werd schier verwend, Geliefkoosd gekust en vertroeteld, Berisping of straf was haar onbekend, Geen leed had haar vreugd ooit bezoedeld. En weende moe dan om den man Die zij nog zoo kort had verloren, Dan kwam z'aan haar zij En vol medelij Zong ze zachtkens in d'ooren: Refrein: Moesje, lieve kleine Moesje, Wat blijft U voor mij stil en koud? Moesje, lieve kleine Moesje, 't Is of je niet meer van mij houdt. Ach laat mij Uw lijden verzachten, Kus me en speel als voorheen. Moesje laat mij niet langer wachten, O 'k voel me zoo verdrietig en alleen. Zij vleide haar kopje aan moederkens borst, En droogde haar tranen met kussen. En als nieuw verdriet een aanval weer deed, Was zij 't, die 't leed zacht kwam sussen: Zorgen en druk van 't levensjuk Moesten voor haar liefde verdwijnen. En zalig van vreugd zong zij verheugd Zachtkens met haar lieve kleine: Refrein... 't Gemis van haar liefde en geluk van weleer, Had al hare krachten verzogen; En stervend lag zij op het ziekbed terneêr. De dood ziet zij reeds voor haar oogen. 't Kind aan den spond' ziet bang in 't rond, De levensgeest was reeds geweken! En met angstig hart lag zij vol smart Op 't lijk van haar moeder te smeeken: Refrein... In nijpende koude! door sneeuwvlaag en wind, Wordt 't kerkhof door Liesje betreden... En bibberend van kou richt het lief kleine kind Naar 't graf van haar moeder heur schreden! Zij doet op 't graf 't manteltje af... Opdat moesje geen kou zal lijden... Bedekt zij den steen en dan meteen... Vraagt zij vol snikken en schreien: Refrein...
Mis je een nummer?, stuur mij dan een mailtje dan ga ik mijn best voor je doen. Email